Net als ik op het punt sta om naar het uitvaartcentrum te gaan voor een condoleanceavond word ik gebeld. De dame aan de telefoon vertelt mij in tranen dat haar vader zojuist is overleden en vraagt ‘wat moeten wij doen’. Ik vertel haar dat ik probeer over anderhalf uur bij hen te zijn en geef aan dat vader gewoon in bed kan blijven liggen totdat ik er ben.

Op het moment dat ik bij de familie binnenkom voel ik het enorme verdriet van alle aanwezigen. Ik kijk even bij de overledene en ga dan met de dochters van meneer aan de keukentafel zitten. Ik leg uit wat er deze avond nog moet gebeuren en wat we morgen kunnen doen. Door het verdriet dringen sommige vragen niet tot hen door. Ik besluit meneer die avond over te plaatsen naar een uitvaartcentrum en de volgende dag verder te gaan met het bespreken van de uitvaart. De dochters zijn nu niet in staat om de juiste beslissingen te nemen.

De volgende dag zit ik weer aan de keukentafel met een aantal familieleden. Nog steeds merk ik dat ze erg van slag zijn. Ik stel voor om de rouwkaart een dag later te verzenden zodat er alle rust en tijd is om goed na te denken hoe ze deze vorm willen geven. Dit blijkt achteraf een hele goeie beslissing.

Door de rust die door deze beslissing ontstaat komt de een na de ander met ideeën over de rouwkaart. Ik draag wat voorbeelden aan en de kaart begint vorm te krijgen. Ze willen graag iets dat past bij papa en opa. Hij had zoveel verschillende interesses. Ineens ontstaat het idee om op de voorkant van de kaart namens elk familielid een afbeelding te plaatsen waarvan hij of zij vond dat dit papa/opa symboliseerde. En zo heeft iedereen deel aan de unieke en persoonlijke rouwkaart.

rouwkaart