Tijdens één van de eerste gesprekken met een familie waarvan de echtgenoot, vader en opa net is overleden werd duidelijk dat deze man altijd molenaar is geweest. Dag in dag uit maalde hij in zijn molen het graan tot meel, om dit vervolgens in grote zakken in te laden in de wagen. Talloze zware zakken meel zijn door zijn handen gegaan.

Later toen hij zijn werkzame leven afgesloten had, bleef zijn molen een speciale plek voor hem en zijn gezin. Warme herinneringen kwamen boven over de tijd in de molen. Zo groeide het idee om op de dag van de uitvaart langs de molen te rijden. De familie zocht contact met de molenstichting zodat zij wisten wat onze ideeën waren. De huidige molenaars reageerden positief. Zij stelden voor om de wieken van de molen in een speciale stand, de rouwstand, te zetten.

Vroeger, toen er nog niet iedereen een telefoon had, kon de molenaar berichten doorgeven aan de dorpsbewoners door de wieken van de molen in een bepaalde stand vast te zetten. Als er iemand overleden was zette de molenaar de wieken vast in de rouwstand. De meest lage wiek staat dan rechts van het midden, voorbij de deur.

In de vroege ochtend op de dag van de uitvaart brachten wij de molenaar voor de allerlaatste keer terug naar zijn molen. De molen waar hij jarenlang gewerkt had. De molen stond nu stil, als laatste eerbetoon aan deze molenaar.