Een uurtje nadat ik werd gebeld, ontmoet ik de familie in het Hospice waar haar man en hun vader die nacht is overleden. Ik merk aan de familie dat het overlijden hen toch is overvallen. Meneer verbleef nog geen 24 uur in het Hospice.

Omdat de familie, in mijn ogen, erg van slag is, stel ik voor dat we meneer op dit moment alleen over gaan brengen naar een uitvaartcentrum en ik ’s middags bij hen kom om de uitvaart te bespreken. Dat geeft wat rust.

Als we ’s middags om tafel zitten, krijg ik door de gesprekken een beeld van wie de overledene was. Hij was een creatieve man. Wanneer het gesprek op de rouwkaart komt en we ideeën bespreken, stelt een van de dochters voor om het door haar vader gemaakte schilderij met de duiven op de voorkant van de rouwkaart te zetten. Iedereen is het er mee eens. Dit past bij hem.

De familie heeft de volgende dag een afspraak met de bloemiste. Zij komt met het mooie idee om de penselen en potloden van meneer te verwerken in de bloemstukken.

Op de dag van de uitvaart is duidelijk zichtbaar dat we afscheid moeten nemen van een creatieve man. Het door hem geschilderde schilderij staat op een schildersezel bij zijn kist. En naast de kist staan bloemstukken met daarin penselen en potloden verwerkt.