De mevrouw die mij belt, vertelt mij dat ze niet zo lang meer te leven heeft en zegt dat ze haar laatste wensen met haar familie wil bespreken. Ze vraagt of ik daarbij kan zijn en of ik op korte termijn langs kan komen.

Een paar dagen later ben ik bij deze familie. Nadat de koffie is ingeschonken, begint mevrouw te vertellen. Over haar leven, haar gezin en haar ziek zijn. Wat duidelijk naar voren komt, is dat ze niet wil dat haar man en kinderen nog allerlei beslissingen moeten nemen over haar uitvaart. Ze weet ongeveer hoe haar uitvaart eruit moet zien, maar ze wil samen met haar man en kinderen beslissen.

Ik vertel welke beslissingen genomen moeten worden als er iemand is overleden. Ik begin bij de laatste verzorging en het opbaren. Mevrouw wil in een uitvaartcentrum opgebaard worden en ik mag haar verzorgen. Een van de dochters vraagt aan haar moeder of zij met haar zus de laatste verzorging mag geven. Mevrouw en de rest van de familie is ontroerd door dit gebaar.

Bij het onderwerp bloemen vertelt mevrouw dat zij een witte kist met rode rozen zo mooi vindt. Gezien haar ziekte wil ze graag in plaats van bloemstukken een gift voor het KWF Kankerfonds. Dit moet op de kaart komen.

Vlak voordat ik weg wil gaan, geeft mevrouw mij een handgeschreven brief. Of ik deze aan het eind van de plechtigheid, namens haar, voor wil lezen. Ik bedank haar voor het vertrouwen in mij en beloof dat ik dit namens haar zal doen.

Enkele weken later komt het telefoontje waar ik rekening mee had gehouden. Ik rijd ’s avonds laat naar de familie en samen maaken we een begin met het uitvoeren van de laatste wensen van mevrouw.
De dagen tussen het overlijden en de uitvaartplechtigheid zijn precies zo gegaan als we samen hebben besproken. Ik heb aan het eind van de plechtigheid de brief van mevrouw voorgelezen.
Ik sloot af met haar eigen woorden: Ga verder met jullie leven, geniet ervan zolang het kan, maar vergeet mij niet……